Categorie archief: BKS

Sounds Like(s) Best Kept Secret – Beach Slang


Eens in de zoveel tijd komt er een band voorbij die bij mij vanaf het eerste akkoord terugwerpt op de primaire muziekreactie van mijn vijftien, zestien jarige ik; de voet op de bank terwijl de rechterarm in grote zwaaibewegingen langs een fictieve gitaar raast en de linkerarm deze fictieve gitaar tegelijkertijd in wijdse worpen door de lucht slingert. Als de plaat eenmaal wat bekender is, dan wordt de oefening uitgebreid met sprongen van de ene hoek van de bank naar het tafeltje in het midden en door naar de andere hoek van de bank, terwijl gelijktijdig de teksten – of dat wat ik denk te horen – op luid volume worden meegebruld, “We are young, we are drunk.”. Het moet een heel spektakel zijn voor de toevallige passant die mij door de huiskamer zie stuiteren en wijdbeens hangend aan de stofzuigerstang ziet hangen, opgepompte aderen kloppend in mijn nek van het volle volume dat ik uit mijn longen druk. De afgelopen jaren gebeurde mij dit onder andere bij Japandroids, Metz, elke nieuwe plaat van Dinosaur Jr. en SeBaDoh, een heerlijke primaire reactie op ongecompliceerde overweldigende gruizige gitaarplaten. En van de week overkwam het mij toen ik <I>The Things We Do To Find People Who Feel Like Us</i> van <b>Beach Slang</b> aanslingerde. Gewoon 27 minuten lang keihard muziek genieten. “Just gimme indie rock!”, zong SeBaDoh ooit op SeBaDoh VS. Helmet, een credo dat Beach Slang hoog in het vaandel lijkt te hebben en wat bij mij alle triggers op “JA! GAAN!” zet, waarna ik op het nummer “I Break Guitars” mijn fictieve crème witte Fender Jazzmaster kapot ram op de rand van de bank. Wham! Bam! Sorry, buurman! 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder BKS, Uncategorized

traumahelikopter – I Don’t Understand Them At All

Tweeënhalve minuut lang riep traumahelikopter “I ain’t working this summer” in de gelijknamige afsluiter van het eigen naam dragende debuut. De Groningse band heeft ons echter een leugen verkocht.

20140307-115811.jpg

Traumahelikopter heeft namelijk sinds dit debuut geen seconde stilgezeten en zich de benen onder het lijf uit gewerkt. Vrijwel elke zaal in Nederland werd afgebroken. De Verenigde Staten werden overvallen nadat het debuut er op cassette uitgebracht was en bij terugkomst werden de overgebleven podia en festivals afgewerkt.
In 2013 was traumahelikopter overal en voortdurend aan de slag. Goed, het is niet van acht tot vijf aan de lopende band moertjes op boutjes draaien, maar ook rock-‘n’-roll is hard werk. Zeker als je tussen de bedrijven door ook nog een nieuw album opneemt en daar meteen een stijlwissel op slaat.

LEES HIER VERDER

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder BKS, CD recensies, CD Recensies NU.nl, Nederland, NU.nl

Nothing – Guilty Of Everything

Toen vorige week bekend werd gemaakt dat Best Kept Secret Slowdive heeft binnengehaald, zal bij menig indie rocker met een gevoel voor muziekgeschiedenis een warm gevoel van binnen hebben gekregen. Samen met My Bloody Valentine, The Jesus And Mary Chain, Medicine en nog zo wat Sarah Records, 4AD en Creation Records bands de grondleggers van de droompop en shoegaze en nu de maatstaaf waar veel indie- en noiserock bands langs afgemeten worden.


Een meetlat waar ook het Amerikaanse Nothing dient te worden gemeten. Zij het dat dit kwartet er hier en daar een donkere riff postmetal tegen aangooit, is het dromerige Shoegaze die bij de band uit Philadelphia die de klok slaat. Iets wat de band een opvallende plek op Relapse heeft opgeleverd, toch bij uitstek een metal label.

Guilty Of Everything, het debuut van het kwartet, bouwt is gebouwd op de switch van de jaren tachtig naar de jaren negentig. Net als zoveel jonge bands op het moment kruipt Nothing in de huid van de pioniers en zoekt in de ruimte van de plooien van deze huid. Waar kan het geluid nog verder worden strak getrokken? Dat zorgt ervoor dat Nothing in eerste instantie vooral doet denken aan het baanbrekende werk dat Slowdive deed. Daar ophouden doet de band echter meer dan tekort. Wat Nothing namelijk onderscheidt van de grote golf in de no wave, postpunk en shoegaze revival zijn de lichte postmetal citaten.

De overal sfeer over de negen nummers op de cd is er een van treurnis. Donkere indie rock, met een ingehouden agressie in de ondertoon. Een geluid en sfeer die eigenlijk vooral doet denken aan My Vitriol, de Londense band die begin deze eeuw al verrassend sterk vooruit liep op de huidige shoegaze revival door het geluid van The Smashing Pumpkins met My Bloody Valentine en Medicine te koppelen (en dit jaar na dertien jaar eindelijk met een opvolger gaat komen). De band uit Philadelphia gaat hier in feite op verder, maar weet nog net niet zo te overtuigen als de Engelsen deden met Fineliness. Daarvoor heeft Guilty Of Everything te weinig echte pieken, maar als totaal is de plaat een fijne nugaze langspeler geworden. En daarom is het hopen dat Best Kept Secret niet alleen de zombi bands boekt, maar ook snel Nothing bekend maakt.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder BKS, CD recensies, De Jaap

Angel Olsen – Burn Your Fire For No Witness

Sinds haar optreden op Incubate in 2012 is het eerst en enige dat bij de naam Angel Olsen in mij opkomt “Hinnikend paard“. Haar uithalen konden mij toen niet bekoren en ook nu, wanneer ze weer even de jodel- of overdreven countrysnik opzoekt, gaan bij mij de tenen krom. Vreemd, ten eerste omdat mijn halve kast vol staat met om, rond en ronduit vals zingende liederen bakkers, ten tweede omdat Tammy Wynette en Grace Slick graag door mij gehoord worden en de stem van Angel Olsen daar de ideale mix tussen lijkt. De overdreven snik blijft mij echter storen. Voordeel echter is dat op Burn Your Fire For No Witness blijkt dat Angel Olsen heeft leren doseren. Minder snik, meer zingen.

Angel Olsen in Paradox, Incubate 2012.


Maar ook vooral meer afwisseling. Was een van mijn voornaamste kritiekpunten – belangrijker dan het gejodel, want dat is een zeer subjectief gegeven. De een houdt nu eenmaal van paarden, de andere doet ze liever op brood. – na de show in Paradox dat er weinig afwisseling in haar set zat, gaat Angel Olsen in de eerste twee nummers van haar tweede langspeler al van kleine intieme folk in “Unfucktheworld” naar rauwere garage bubblegum pop van “Forgiven/Forgotten”. Een kant van de Amerikaanse die eerder aan Best Coast doet denken dan aan de country koninginnen waar Olsen eerder mee werd vergeleken.

Angel Olsen heeft echter nog meer smaken in de aanbod. In de derde track “Hi-Five” gooit ze een simpele two-step country track door de distortion, om aansluitend door te walsen langs een veld waar Leonard Cohen moet heeft zitten denken. Bijna zeven minuten neemt ze in “White Fire” om haar verhaal ingetogen en bedwelmend te vertellen. Een van de hoogtepunten op deze plaat, al is het alleen omdat haar fluisterzang hier slechts subtiel de jodel zoekt. Hier hoor ik waarom velen om mij heen haar al enkele tijd engel noemen. De zoete stem met scherpe randjes heeft in dit nummer nauwelijks aan kleding nodig om te betoveren. Iets wat ik eerder wel begreep dat andere dat konden ervaren, maar er zelf niet in kon horen.

Verder op in de plaat zoekt Angel Olsen variatie in psychedelische bubblegum, neigt zij naar indierock en danst zij door Ashbury Haight voor inspiratie. En dat alles even vast beraden en overtuigend. Dat maakt Burn Your Fire For No Witness een aansprekende én sterke plaat, met enkel goede nummers.. Alleen dat gejodel, gesnik, nog steeds, je zult er van moeten houden. En ik kan het niet. Hoe vaak ik ook luister, het lukt me niet. En ja, dat ligt nog steeds aan mij.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder BKS, CD recensies, De Jaap, Incubate, Konkurrent

Warpaint – Warpaint

Eerst maar een bekentenis. The Fool, het debuut van Warpaint uit 2010, heb ik lang links laten liggen. Teveel en te vaak werd in recensies, artikelen en interviews de nadruk gelegd op “all female”, een oud drumster die nu in Hollywood acteert of de kortstondige relatie van de zangeres/gitarist met John Frusciante – voormalig drugsgebruiker en gitarist in Red Hot Chili Peppers – dat ik ging geloven dat de band deze “unique selling points” nodig had om te verkopen.

Ik liet niet mijn oren spreken, maar liet mij leiden door wie, wat en hoe er over geschreven werd. Niet terecht, zo kwam ik tot de conclusie toen ik mij eindelijk wel over het kwartet uit LA boog. Psychedelische indierock met invloeden uit de postrock en new wave die uitmonden in een een fijn dansbare variant op droom pop. Niet zo groots en bijzonder als sommige media deden geloven, maar ook niet zomaar een band om te negeren juist vanwege de hetze er om heen.

Warpaint, de opvolger die drie jaar op zich heeft laten wachten, bewijst dat maar eens temeer. Een album dat bovenal lof verdient omdat de dames niet simpel het pad van de voorganger hebben, noch proberen met makkelijke formules de belofte van succes te incasseren. Het viertal durft te experimenteren, zij het dat niet alle experimenten even goed uitvallen. Zo mag je je afvragen wat Warpaint wil bereiken met de ronduit valse zang in (onder andere het refrein van) Love Is To Die. Aangezien de langspeler niet over een nacht ijs is ontstaan (bijna een jaar is hier aan gewerkt), is het moeilijk anders te geloven dan dat dit een bewuste keuze is geweest. Een vreemde, omdat de swingende postrock die hier en daar aan de latere Trans Am doet denken erg door de zang wordt gedragen.

Toch is daarmee het experiment niet geheel mislukt. Daar waar de zang bij tijd en wijlen slordig is te noemen, zijn de arrangementen juist heel subtiel en genuanceerd uitgewerkt. Kleine wijzigingen, details, verschuivingen in elektronica, bas, ritme of gitaren zorgen voor een continuïteit in verandering. Veel nummers meanderen door en door en door, maar dankzij de minimale golvingen in de stroom blijft de mantra boeiend. ‘CC’, ‘Drive’ het zijn enkele voorbeelden van de meditatieve kracht van Warpaint op Warpaint. Een plaat die vooral toont dat het viertal eigenzinnig de eigen weg over gaat, maar vooralsnog niet de grote belofte lijkt in te lossen. Het zijn vooral interessante ideeën, waar de druk op de ketel de uitwerking niet geheel heeft laten afronden.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder BKS, CD recensies, De Jaap, Konkurrent

Damien Jurado – Brothers And Sisters Of The Eternal Son

Damien Jurado

Van sommige artiesten of nummers weet je nog precies waar je deze voor het eerst hebt gehoord. Zonder moeite haal je de situatie weer voor ogen. Intoxicated Hands van Damien Jurado is zo’n nummer. Een zondagavond in 2003, de laatste wintermaanden of de eerste lentemaand, bindt me daar niet op vast, zat ik samen met mijn vriendin op ons nog vrij nieuwe en schaars verlichte appartement Duyster op Studio Brussels te luisteren. Tergend trage folk van een singersongwriter die weet hoe je een verhaal in schetsen vertelt om juist een gedetailleerd beeld te creëren. Dronkenmansblues en hartenleed in een, met nog een hint van de eeuwig teleurstelling van de onenightstand in de achtergrond.

Now come tomorrow morning
How will you explain?

Het zal uiterlijk de volgende ochtend zijn geweest dat ik Jonathan van Secretly Canadian een email stuurde of hij bij mijn pre-order van Magnolia Electric Co., het laatste album van Songs: Ohia, ook Where Shall You Take Me?, het album waar dat nummer op staat, kon voegen. Een keuze die er uiteindelijk toe leidde dat ik sinds 2003 elke plaat van Damien Jurado ongehoord voorbestel en meermalen de ingetogen heb zien optreden. Optredens die sinds Saint Bartlett uit 2010, maar vooral vanaf Maraqopa twee jaar terug, gestaag steeds drukker worden. Jurado heeft de tijdsgeest in eens mee. Samen met producer en multi-muzikant is hij in 2009 een nieuwe weg ingeslagen, eentje weg van de traditionele singersongwriter meer richting de psychedelica, vollere productie en het grotere gebaar van de rock. Maar dat altijd met behoud van de subtiliteit en uiteraard de scherpe beschrijvende teksten van Jurado. In serieuze aanpak met een duidelijke visie, iets wat volgens Jurado zelf in de jaren daarvoor ontbrak. Muziek was iets wat hij er naast deed, vertelde hij mij in een interview in 2012. Een gesprek waarin hij ook vertelde dat hij in de jaren voor Saint Bartlett ook nauwelijks betrokken was bij het verdere opname proces en soms zelfs gewoon lag te slapen als de verdere muziek werd ingespeeld. Hoe het ook zij, sinds dat album is de liederensmid 100% in gaan zetten op zijn muzikale carriere, en heeft zijn baan als lagere school docent opgezegd. Niet zonder succes, en met het vooruitzicht dat 2014 wel eens zijn grote jaar zou kunnen worden.

Was it that whiskey talking/or is it your heart/that made you say I love you to me/as you held me in your arms

Brothers And Sisters Of The Eternal Son, het derde album dat hij samen met Richard Swift op heeft genomen, zou namelijk weleens zijn grote doorbraak naar het brede publiek kunnen betekenen. Net als Maraqopa een concept album keert Damien Jurado op zijn elfde album terug naar het utopische dorp van de voorganger. Draaide het daar nog om een door zijn faam opgejaagde artiest die toen hij zijn succes probeerde te ontvluchten in het dorpje terecht kwam (in het gesprek dat ik met hem had verwees Jurado naar Jeff Buckley en Jason Molina, artiesten die in eens van de aardbodem leken te zijn gevallen), nu richt hij zich op het dorp zelf. Althans, zo wil het verhaal dat met de plaat meereist en wij “de pers” dus braaf over pennen. Het zal echter niet gelogen zijn, daar Jurado twee jaar terug al aangaf bezig te zijn aan een opvolger over zijn eigen droomdorp.

Het is echter niet het thema dat de plaat maakt. Dat is het vermogen van Damien Jurado om bijna twintig jaar in zijn carrière conventies en verwachting los te laten en al experimenterend met Swift gewoon de plaat te maken die hij wil maken. Een singersongwriter die geenszins de noodzaak voelt om te klinken als een singersongwriter, betreedt hij hier nog meer de velden van retro en psychedelische rock. Interessant genoeg gaat hij hier niet alleen door op de muzikale weg die hij op de twee voorgangers is ingeslagen, maar valt hij ook terug op zijn eigen geluid uit begin jaren 2000, waar hij – onder invloed van zijn vriend David Bazan – experimenterende was in zijn indie alternative country folk geluid. En juist hierdoor stijgt nummer elf boven de tien voorgangers uit, het beste van beide werelden combinerend om zo een geheel nieuwe wereld te creëren.

Maar welke wereld Jurado ook creëert, indiefolk, lofi, slowcore, retropsychpop of een combinatie van dit alles, hij wordt bewoond door prachtige liederen. Want dat blijft in alles toch de kracht van Jurado. Is het alleen met gitaar of piano of omringt door een volle concertbak gevuld met super multi-instrumentalist Richard Swift, de kracht zit in het skelet niet in de spieren en het vet er om heen. Een meesterwerk, weliswaar zonder een Intoxicated Hands. Dat is echter meer mijn gebrek. Die eerste keer was namelijk zo indrukwekkend. The first cut is the deepest zong Cat Stevens al eens. En het mes ging diep die zondagavond, samen met mijn vriendin aan de Belgische radio gekluisterd. Echt, het zal uiterlijk de volgende ochtend zijn geweest dat ik Jonathan een email stuurde, “Doe mij die Damien Jurado óók!!!”. Hij had me vast en heeft mij nooit meer losgelaten. Ook weer nu niet, ongeacht welk nieuw pad hij ook is ingeslagen.

1 reactie

Opgeslagen onder BKS, CD recensies, De Jaap, Konkurrent

Fuck Buttons – Slow Focus

In een interview met het Italiaanse blad Mucchio geeft het Britse duo Fuck Buttons – ooit ontstaan om een film van Andrew Hung van een soundtrack te voorzien – aan dat het narratieve aspect in de creatie van de muziek fundamenteel is. Dat de muziek een verhaal van dynamiek, geluid en vervorming bij nog niet gemaakte films is. De vraag die dan automatisch rijst, is “Wat voor films?”. Waar past de postrock industriele electro noise van Fuck Buttons bij? Welke beelden roept de muziek zelf op?

Geen eenvoudige opgave, hoewel je zou kunnen claimen dat Tarot Sport sinds vorig jaar bij de (opening van de) olympische spelen hoort. Daar was het noise duo wellicht de meest opvallende verschijning. De Olympische Spelen is echter geen film, maar een stukje realiteit. Realiteit vol verlies en veel minder winst dan de (mediale) focus op de glorie zou doen vermoeden. Voedsel genoeg voor een script. De lange weg vol training en tegenslag naar het verlies. Anderhalf uur lang het verhaal van een van die andere zeven 100 meter finalisten volgen. De zware weg richting vergetelheid met de blik op de hielen van Usain Bolt.

LEES HIER VERDER

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder BKS, CD recensies, De Jaap, Konkurrent