Categorie archief: De Jaap

Motorpsycho – Behind The Sun

20140317-132523.jpg
Vijfentwintig wordt Motorpsycho dit jaar. Een kwart eeuw van haast ongeëvenaarde hoge productiviteit met zonder werkelijk noemenswaardige momenten van zwakte. Tweeëntwintig langspelers, zeventien epees (allemaal in de eerste twaalf jaar) een berg singles en een paar collaboraties geven een beeld van een band die niet stil kan zitten. Over-productief en voortdurend zichzelf vernieuwend, wat vooral in de eerste tien tot vijftien jaar tot de nodige klassiekers heeft gezorgd. Timothy’s Monster, Blissard, Demon Box, Trust Us, de eerste drie onlangs opnieuw uitgebracht in prachtige complete boxsets, zijn en blijven tijdloze albums die werkelijk elk moment van de dag op kunnen worden gezet. Langspelers waar ik geen genoeg van kan of zal krijgen en waar de nummers nog steeds geregeld de live-sets van de Noren. Een kwart eeuw, psychedelische (hard)rock, experimentele rock en stevige psychedelische noisepunk, dit jaar gevierd met het achttiende studio-album (The Tussler meegerekend) waarop Motorpsycho volop in de door haar geliefde jaren zeventig psychedelische hardrock duikt.

Met de laatste twee albums heeft er echter wel een nieuwe verschuiving binnen de band plaatsgevonden, de eerste grote na het vertrek van Håkon Gebhardt en de komst van Kenneth Kapstad als zijn plaatsvervanger op de drums. Nadat Reine Fiske al de nodige gitaar aanvulling op Still Life For Eggplant gaf, lijkt hij met Behind The Sun een vaste studio waarde te zijn geworden. Alleen op “The Promise” heeft de Zweedse gitarist van onder andere Dungen geen rol. De andere acht nummers geeft hij de psychedelische hardrock extra lagen met gitaar en mellotron. Maar dat is een dienstbare rol, daar de pakkende hooks en dieper pop nog steeds door het trio Motorpsycho en dan met name de originele leden Ryan en Saether worden geschreven.

Dat Behind The Sun vervolgens ook verder in de lijn van Still Life Fort Eggplant ligt, laat zich al raden uit de titels op deze langspeler. De eerste drie delen uit een serie genaamd “Hell” die op de plaat uit 2012 stonden, vinden hier hun navolging met de delen 4 tot en met 7. Deel drie tot en met zes samen gepakt in een lange track, waar de band nog net de aandacht mee vast weet te houden. Goede nummers, bovengemiddeld goed zelfs. Maar dankzij de bovengenoemde meesterwerken ligt de lat bij Motorpsycho al enkele jaren ver boven “boven gemiddeld goed”. Na vijfentwintig jaar is de verrassing er toch een beetje uit. Dat maakt Behind The Sun echter geenszins een slechte plaat, enkel niet de klapper waarmee elke psychonaut zal hebben gehoopt dat de Noren het kwart-eeuws feest mee zouden inluiden. Menig band zal in de handen wrijven om stevig ronkende rock nummers als “Hell, part 7” of “Promise” op de setlist bij te kunnen schrijven of een experimentele jazz-rock exercitie uit te voeren zoals in “Kvæstor” en zich daarna te verliezen in de rust van “Ghost”. Wederom gewoon weer heel erg sterke nummers. Kans is dan ook vrij groot dat mensen die nog nooit van het trio hadden gehoord enthousiaster zullen reageren op deze nieuwe leg, daar die enkel zullen horen dat Motorpsycho ook hier hoog springt. Wat dat betreft is het referentiekader hier de verpestende factor, want ook met Behind The Sun bewijst Motorpsycho voorhoede vechters te zijn in de psychedelische prog- en hardrock. En anders is deze nieuwe plaat altijd nog een goed excuus om daty oude werk weer eens op te zetten. Hoewel daar nauwelijks een excuus voor nodig is natuurlijk.

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder CD recensies, De Jaap, Konkurrent

The War On Drugs – Lost In The Dream

Lente Loom

Bier Zon

Lente Loom

The War On Drugs
Briljant, schitterend

Lente, bier, zon, loom
Verloren,
Even,
In deze
Droom

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder CD recensies, De Jaap, Konkurrent

Nothing – Guilty Of Everything

Toen vorige week bekend werd gemaakt dat Best Kept Secret Slowdive heeft binnengehaald, zal bij menig indie rocker met een gevoel voor muziekgeschiedenis een warm gevoel van binnen hebben gekregen. Samen met My Bloody Valentine, The Jesus And Mary Chain, Medicine en nog zo wat Sarah Records, 4AD en Creation Records bands de grondleggers van de droompop en shoegaze en nu de maatstaaf waar veel indie- en noiserock bands langs afgemeten worden.


Een meetlat waar ook het Amerikaanse Nothing dient te worden gemeten. Zij het dat dit kwartet er hier en daar een donkere riff postmetal tegen aangooit, is het dromerige Shoegaze die bij de band uit Philadelphia die de klok slaat. Iets wat de band een opvallende plek op Relapse heeft opgeleverd, toch bij uitstek een metal label.

Guilty Of Everything, het debuut van het kwartet, bouwt is gebouwd op de switch van de jaren tachtig naar de jaren negentig. Net als zoveel jonge bands op het moment kruipt Nothing in de huid van de pioniers en zoekt in de ruimte van de plooien van deze huid. Waar kan het geluid nog verder worden strak getrokken? Dat zorgt ervoor dat Nothing in eerste instantie vooral doet denken aan het baanbrekende werk dat Slowdive deed. Daar ophouden doet de band echter meer dan tekort. Wat Nothing namelijk onderscheidt van de grote golf in de no wave, postpunk en shoegaze revival zijn de lichte postmetal citaten.

De overal sfeer over de negen nummers op de cd is er een van treurnis. Donkere indie rock, met een ingehouden agressie in de ondertoon. Een geluid en sfeer die eigenlijk vooral doet denken aan My Vitriol, de Londense band die begin deze eeuw al verrassend sterk vooruit liep op de huidige shoegaze revival door het geluid van The Smashing Pumpkins met My Bloody Valentine en Medicine te koppelen (en dit jaar na dertien jaar eindelijk met een opvolger gaat komen). De band uit Philadelphia gaat hier in feite op verder, maar weet nog net niet zo te overtuigen als de Engelsen deden met Fineliness. Daarvoor heeft Guilty Of Everything te weinig echte pieken, maar als totaal is de plaat een fijne nugaze langspeler geworden. En daarom is het hopen dat Best Kept Secret niet alleen de zombi bands boekt, maar ook snel Nothing bekend maakt.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder BKS, CD recensies, De Jaap

Angel Olsen – Burn Your Fire For No Witness

Sinds haar optreden op Incubate in 2012 is het eerst en enige dat bij de naam Angel Olsen in mij opkomt “Hinnikend paard“. Haar uithalen konden mij toen niet bekoren en ook nu, wanneer ze weer even de jodel- of overdreven countrysnik opzoekt, gaan bij mij de tenen krom. Vreemd, ten eerste omdat mijn halve kast vol staat met om, rond en ronduit vals zingende liederen bakkers, ten tweede omdat Tammy Wynette en Grace Slick graag door mij gehoord worden en de stem van Angel Olsen daar de ideale mix tussen lijkt. De overdreven snik blijft mij echter storen. Voordeel echter is dat op Burn Your Fire For No Witness blijkt dat Angel Olsen heeft leren doseren. Minder snik, meer zingen.

Angel Olsen in Paradox, Incubate 2012.


Maar ook vooral meer afwisseling. Was een van mijn voornaamste kritiekpunten – belangrijker dan het gejodel, want dat is een zeer subjectief gegeven. De een houdt nu eenmaal van paarden, de andere doet ze liever op brood. – na de show in Paradox dat er weinig afwisseling in haar set zat, gaat Angel Olsen in de eerste twee nummers van haar tweede langspeler al van kleine intieme folk in “Unfucktheworld” naar rauwere garage bubblegum pop van “Forgiven/Forgotten”. Een kant van de Amerikaanse die eerder aan Best Coast doet denken dan aan de country koninginnen waar Olsen eerder mee werd vergeleken.

Angel Olsen heeft echter nog meer smaken in de aanbod. In de derde track “Hi-Five” gooit ze een simpele two-step country track door de distortion, om aansluitend door te walsen langs een veld waar Leonard Cohen moet heeft zitten denken. Bijna zeven minuten neemt ze in “White Fire” om haar verhaal ingetogen en bedwelmend te vertellen. Een van de hoogtepunten op deze plaat, al is het alleen omdat haar fluisterzang hier slechts subtiel de jodel zoekt. Hier hoor ik waarom velen om mij heen haar al enkele tijd engel noemen. De zoete stem met scherpe randjes heeft in dit nummer nauwelijks aan kleding nodig om te betoveren. Iets wat ik eerder wel begreep dat andere dat konden ervaren, maar er zelf niet in kon horen.

Verder op in de plaat zoekt Angel Olsen variatie in psychedelische bubblegum, neigt zij naar indierock en danst zij door Ashbury Haight voor inspiratie. En dat alles even vast beraden en overtuigend. Dat maakt Burn Your Fire For No Witness een aansprekende én sterke plaat, met enkel goede nummers.. Alleen dat gejodel, gesnik, nog steeds, je zult er van moeten houden. En ik kan het niet. Hoe vaak ik ook luister, het lukt me niet. En ja, dat ligt nog steeds aan mij.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder BKS, CD recensies, De Jaap, Incubate, Konkurrent

Hauschka – Abandoned City

Met de titel Abandoned City wil Hauschka vooral het gevoel vatten dat hij heeft wanneer hij achter zijn geprepareerde vleugel aan het componeren slaat. Een vreemde mix van diepe eenzaamheid en even intense gelukzaligheid, iets wat hij herkent in de beelden die hij vond van verlaten steden. Plekken waar ooit mensen al hun geluk en liefde deelden maar vervolgens om verschillende, vaak economische, redenen én masse hebben verlaten. Geleefde en gebroken architectuur waarin enkel nog het verleden echoot, maar de wind de toekomst allang naar elders heeft gebracht.

Een passende titel, aansluitend eigenlijk bij al het werk van de pianist. Die mix van afgesloten, eenzame euforie zit namelijk in al zijn platen. Foreign Landscapes, Ferndorf, Snowflakes & Carwreckes of Salon Des Amateurs (om willekeurig wat titels te noemen) dragen allemaal dat zelfde fijne gevoel van een verlaten wereld in zich. Bij Abandoned City komen dan ook werkelijk de beelden van spooksteden voor drijven. Niet in de laatste plaats omdat veel van de nummers ook genoemd zijn naar verlaten plaatsen. Dat is echter niet het complete verhaal achter deze plaat. Hauschka is vader geworden. Iets wat hem klaarblijkelijk een explosie aan inspiratie heeft gegeven. Begrijpelijk, al is het alleen dat met elke eersteling ook het besef van de eigen vergankelijkheid wordt geboren.

Gegarandeerd dus dat dit de bron is voor de vreugde die door de verlaten stad galmt, de hoop die uit de geprepareerde vleugel klinkt. Zo heeft ‘Agdam’ een zekere springerige vrolijkheid in zich, veel al gecreëerd door het dance georiënteerde ritme en is ‘Sanzhi Pod City’ (een verlaten stad met het uiterlijk van de toekomst) tussen alle spanning door een compositie vol hoop. Het zijn nummers die de tijd even, heel even stilzetten, en kleine zachte zonnestralen werpen op zaken die voorbij zijn, de mooiste kant van de vergankelijkheid belichtend, dat alles ooit begonnen is.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder CD recensies, De Jaap, Konkurrent

Raz Ohara – Moksha

Het zeer aansprekende gevoel dat je kop uit elkaar klapt gevat in muziek. In een zin is dat de beste beschrijving van Moksha, en ook werkelijk het gevoel dat je ervaart wanneer je de derde langspeler van Raz Ohara voor het eerst uit je koptelefoon voelt knallen. Voelt. Want ondanks de zeer experimentele inslag van deze langspeler is de experimentele triphopdubstepdronepopfolkambientIDMsoul een plaat die je al snel doet zweven, en alle poorten die normaal je hoofd dicht houden wijd open blaast om je buiten de kaders te laten denken.

Een eclectische plaat dus, maar geenszins versnipperd. Alle stroming worden tot een geheel samengebald, waarin DJ Krush, Alias & Ehren of Murcof even goed als referentie kunnen gelden als James Blake of Pantha Du Prince en een goede handvol aan experimentele Japanse noise artiesten. Qua vorm en uitvoering neemt de Deen het niet zo nauw om zijn verhaal te vertellen, dat wat past wordt gebruikt al dan niet in geheel verknipte vorm. Kracht van Raz Ohara is dat hij niet in eerste instantie een (dance)producer is maar liederensmid (wat ook blijkt uit zijn keuze om “True Love Will Find You In The End” van Daniel Johnston van ander jasje te voorzien) , en alle nummers – hoe verknipt dan ook – worden opgebouwd, geschetst rond een warme akoestische kern.

Hierdoor heeft Moksha (overigens een term uit de yoga die het doorbreken van de levenscyclus zou betekenen, of iets dergelijks. Langleven google!) een zeer natuurlijk en vol geluid ondanks de glitch, drone, elektronische ruis en het ogenschijnlijke gebrek aan structuur. Een warm, natuurlijk en vol geluid waar je makkelijk op wegdroomt, en waarschijnlijk tijdens een yoga sessie die nodige kanalen op kunt open zetten. Hoewel, zonder yoga gaan de ramen ook open en keert de rust in de bol, direct na het gevoel dat je kop uit elkaar klapt.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder CD recensies, De Jaap, Konkurrent

Young Fathers – DEAD

Edinburgh, de Schotse stad staat nu niet bepaald bekend als het centrum van de hiphop. Bodhrán, feadog, viool en doedelzak staan net zover van de West of East Coast als Mark Rutte van visie en betrouwbaar bestuur. En dat is maar goed ook. Het is die afgelegen positie, ver van elke hiphop scene, die Young Fathers alle tijd en ruimte heeft gegeven om te ontwikkelen tot een zeer uniek trio, met een sterk onderscheidend eigen geluid.

Niet dat het Schotse trio nu een typisch Keltisch geluid heeft. Er valt weliswaar elektronische doedelzak in het openingsnummer ‘No Way’ te ontwaren en hier en daar lijkt het ritme te zijn opgebouwd uit strak gespannen lijsttrommels, maar het debuut DEAD gaat veel dieper dan dat. Deze Keltische elementen worden samengebracht met de West-Afrikaanse wortels van Young Fathers – dat bestaat uit een Schot, Schotse Liberiaan en een even Schotse Nigeriaan – en de experimentele pagina’s uit de Britse pop geschiedenis.

Een pop geschiedenis waar Young Fathers op de voorgaande ep Tape Two nog letterlijk naar verwees met het nummer ‘Queen Is Dead’. Toch niet de meest voor de hand liggende associatie bij een hiphop act, maar bij Young Fathers niet eens zo’n hele vreemde. Net als The Smiths heeft het trio uit Edinburgh er de hand in om maatschappijkritische teksten te combineren met verslavende pop melodieën. Met nummers als ‘Get Up’, ‘Just Another Bullet’ en de zwijmelende ballade ‘Am I Not Your Boy’ is de band zelfs radiovriendelijk te noemen.

Wat dat betreft ligt DEAD in het directe verlengde van de twee mixtapes/mini albums die voor afgingen aan het debuut (Tape One en Tape Two). Daar volgde de ene pakkende beat op een andere meeslepende melodie en werd voortdurend op het scherpst van de snede tussen pop en experiment gewerkt. Daarmee ook niet verbazend dat de Schotten bij het Amerikaanse label Anticon hun onderkomen hebben gevonden, hét hiphop label dat zich de afgelopen 15-16 jaar heeft gespecialiseerd in leftfield experimentele hiphop met onder andere Serengeti, Son Lux en Why?. Hiphop die net als Young Fathers grenzen met indiepop, pop en andere genres opzoekt en overgaat.

Niet onbelangrijk daarbij zijn de West-Afrikaanse wortels. Iets waar in ‘No Way’ zelf duidelijk naar wordt verwezen. Niet alleen de mish-mash van Afrikaanse ritmes, harmonium en elektronische doedelzak, maar ook in woord. Wanneer er wordt gezongen “Feeling Presbyterian, but inside I’m still Nigerian“, weet je dat die twee elkaar in Young Fathers nooit zullen loslaten. En dat is maar goed ook, daar de twee een totaal eigen dynamiek en harmonie vormen. Eentje waar je enkel aan verslingerd kunt geraken en onderwijl ook nog iets van kunt leren, als je de tijd neemt om in de muzikaal wat verstopte teksten te duiken. Maatschappij analyse in de lijn van Gil Scott-Heron, zonder het opdringerige van de latere politieke activisten hiphop maar vooral zonder de opgeblazen blaaskaak it is all about the bitches and the mo’ney douches die de top 40 veelal bevolken.

Tape Two, de tweede ep van Young Fathers, was het afgelopen jaar de mooiste, meest verrassende plaat die ik heb gehoord. De enige reden waarom het 24 minuten durende werk boven aan mijn eindjaarlijst stond. Grote kans dat Young Fathers dit jaar weer in die lijst eindigt. DEAD gaat in ieder geval mee voor “the long list“.

1 maart 2014 staat Young Fathers in 013. En ja, daar wil je bij zijn. Echt waar!

1 reactie

Opgeslagen onder CD recensies, De Jaap, Konkurrent