Tagarchief: the post online

Sounds Like(s) Best Kept Secret – Pissed Jeans

Ram hard, compromisloos en goor, Honeys van Pissed Jeans is het perfecte recept om na een lange werk dag al de frustratie van je af te schreeuwen. Honeys is inmiddels al weer het vierde album van het kwartet uit Pennsylvania waarop de band in twaalf nummers een veelvoud aan ergernis van zich af spuugt. Rake, […]

https://soundstilburg.wordpress.com/2015/04/22/sounds-likes-best-kept-secret-pissed-jeans/

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

The War On Drugs – Lost In The Dream

Lente Loom

Bier Zon

Lente Loom

The War On Drugs
Briljant, schitterend

Lente, bier, zon, loom
Verloren,
Even,
In deze
Droom

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder CD recensies, De Jaap, Konkurrent

Nothing – Guilty Of Everything

Toen vorige week bekend werd gemaakt dat Best Kept Secret Slowdive heeft binnengehaald, zal bij menig indie rocker met een gevoel voor muziekgeschiedenis een warm gevoel van binnen hebben gekregen. Samen met My Bloody Valentine, The Jesus And Mary Chain, Medicine en nog zo wat Sarah Records, 4AD en Creation Records bands de grondleggers van de droompop en shoegaze en nu de maatstaaf waar veel indie- en noiserock bands langs afgemeten worden.


Een meetlat waar ook het Amerikaanse Nothing dient te worden gemeten. Zij het dat dit kwartet er hier en daar een donkere riff postmetal tegen aangooit, is het dromerige Shoegaze die bij de band uit Philadelphia die de klok slaat. Iets wat de band een opvallende plek op Relapse heeft opgeleverd, toch bij uitstek een metal label.

Guilty Of Everything, het debuut van het kwartet, bouwt is gebouwd op de switch van de jaren tachtig naar de jaren negentig. Net als zoveel jonge bands op het moment kruipt Nothing in de huid van de pioniers en zoekt in de ruimte van de plooien van deze huid. Waar kan het geluid nog verder worden strak getrokken? Dat zorgt ervoor dat Nothing in eerste instantie vooral doet denken aan het baanbrekende werk dat Slowdive deed. Daar ophouden doet de band echter meer dan tekort. Wat Nothing namelijk onderscheidt van de grote golf in de no wave, postpunk en shoegaze revival zijn de lichte postmetal citaten.

De overal sfeer over de negen nummers op de cd is er een van treurnis. Donkere indie rock, met een ingehouden agressie in de ondertoon. Een geluid en sfeer die eigenlijk vooral doet denken aan My Vitriol, de Londense band die begin deze eeuw al verrassend sterk vooruit liep op de huidige shoegaze revival door het geluid van The Smashing Pumpkins met My Bloody Valentine en Medicine te koppelen (en dit jaar na dertien jaar eindelijk met een opvolger gaat komen). De band uit Philadelphia gaat hier in feite op verder, maar weet nog net niet zo te overtuigen als de Engelsen deden met Fineliness. Daarvoor heeft Guilty Of Everything te weinig echte pieken, maar als totaal is de plaat een fijne nugaze langspeler geworden. En daarom is het hopen dat Best Kept Secret niet alleen de zombi bands boekt, maar ook snel Nothing bekend maakt.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder BKS, CD recensies, De Jaap

Hauschka – Abandoned City

Met de titel Abandoned City wil Hauschka vooral het gevoel vatten dat hij heeft wanneer hij achter zijn geprepareerde vleugel aan het componeren slaat. Een vreemde mix van diepe eenzaamheid en even intense gelukzaligheid, iets wat hij herkent in de beelden die hij vond van verlaten steden. Plekken waar ooit mensen al hun geluk en liefde deelden maar vervolgens om verschillende, vaak economische, redenen én masse hebben verlaten. Geleefde en gebroken architectuur waarin enkel nog het verleden echoot, maar de wind de toekomst allang naar elders heeft gebracht.

Een passende titel, aansluitend eigenlijk bij al het werk van de pianist. Die mix van afgesloten, eenzame euforie zit namelijk in al zijn platen. Foreign Landscapes, Ferndorf, Snowflakes & Carwreckes of Salon Des Amateurs (om willekeurig wat titels te noemen) dragen allemaal dat zelfde fijne gevoel van een verlaten wereld in zich. Bij Abandoned City komen dan ook werkelijk de beelden van spooksteden voor drijven. Niet in de laatste plaats omdat veel van de nummers ook genoemd zijn naar verlaten plaatsen. Dat is echter niet het complete verhaal achter deze plaat. Hauschka is vader geworden. Iets wat hem klaarblijkelijk een explosie aan inspiratie heeft gegeven. Begrijpelijk, al is het alleen dat met elke eersteling ook het besef van de eigen vergankelijkheid wordt geboren.

Gegarandeerd dus dat dit de bron is voor de vreugde die door de verlaten stad galmt, de hoop die uit de geprepareerde vleugel klinkt. Zo heeft ‘Agdam’ een zekere springerige vrolijkheid in zich, veel al gecreëerd door het dance georiënteerde ritme en is ‘Sanzhi Pod City’ (een verlaten stad met het uiterlijk van de toekomst) tussen alle spanning door een compositie vol hoop. Het zijn nummers die de tijd even, heel even stilzetten, en kleine zachte zonnestralen werpen op zaken die voorbij zijn, de mooiste kant van de vergankelijkheid belichtend, dat alles ooit begonnen is.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder CD recensies, De Jaap, Konkurrent

Raz Ohara – Moksha

Het zeer aansprekende gevoel dat je kop uit elkaar klapt gevat in muziek. In een zin is dat de beste beschrijving van Moksha, en ook werkelijk het gevoel dat je ervaart wanneer je de derde langspeler van Raz Ohara voor het eerst uit je koptelefoon voelt knallen. Voelt. Want ondanks de zeer experimentele inslag van deze langspeler is de experimentele triphopdubstepdronepopfolkambientIDMsoul een plaat die je al snel doet zweven, en alle poorten die normaal je hoofd dicht houden wijd open blaast om je buiten de kaders te laten denken.

Een eclectische plaat dus, maar geenszins versnipperd. Alle stroming worden tot een geheel samengebald, waarin DJ Krush, Alias & Ehren of Murcof even goed als referentie kunnen gelden als James Blake of Pantha Du Prince en een goede handvol aan experimentele Japanse noise artiesten. Qua vorm en uitvoering neemt de Deen het niet zo nauw om zijn verhaal te vertellen, dat wat past wordt gebruikt al dan niet in geheel verknipte vorm. Kracht van Raz Ohara is dat hij niet in eerste instantie een (dance)producer is maar liederensmid (wat ook blijkt uit zijn keuze om “True Love Will Find You In The End” van Daniel Johnston van ander jasje te voorzien) , en alle nummers – hoe verknipt dan ook – worden opgebouwd, geschetst rond een warme akoestische kern.

Hierdoor heeft Moksha (overigens een term uit de yoga die het doorbreken van de levenscyclus zou betekenen, of iets dergelijks. Langleven google!) een zeer natuurlijk en vol geluid ondanks de glitch, drone, elektronische ruis en het ogenschijnlijke gebrek aan structuur. Een warm, natuurlijk en vol geluid waar je makkelijk op wegdroomt, en waarschijnlijk tijdens een yoga sessie die nodige kanalen op kunt open zetten. Hoewel, zonder yoga gaan de ramen ook open en keert de rust in de bol, direct na het gevoel dat je kop uit elkaar klapt.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder CD recensies, De Jaap, Konkurrent

Young Fathers – DEAD

Edinburgh, de Schotse stad staat nu niet bepaald bekend als het centrum van de hiphop. Bodhrán, feadog, viool en doedelzak staan net zover van de West of East Coast als Mark Rutte van visie en betrouwbaar bestuur. En dat is maar goed ook. Het is die afgelegen positie, ver van elke hiphop scene, die Young Fathers alle tijd en ruimte heeft gegeven om te ontwikkelen tot een zeer uniek trio, met een sterk onderscheidend eigen geluid.

Niet dat het Schotse trio nu een typisch Keltisch geluid heeft. Er valt weliswaar elektronische doedelzak in het openingsnummer ‘No Way’ te ontwaren en hier en daar lijkt het ritme te zijn opgebouwd uit strak gespannen lijsttrommels, maar het debuut DEAD gaat veel dieper dan dat. Deze Keltische elementen worden samengebracht met de West-Afrikaanse wortels van Young Fathers – dat bestaat uit een Schot, Schotse Liberiaan en een even Schotse Nigeriaan – en de experimentele pagina’s uit de Britse pop geschiedenis.

Een pop geschiedenis waar Young Fathers op de voorgaande ep Tape Two nog letterlijk naar verwees met het nummer ‘Queen Is Dead’. Toch niet de meest voor de hand liggende associatie bij een hiphop act, maar bij Young Fathers niet eens zo’n hele vreemde. Net als The Smiths heeft het trio uit Edinburgh er de hand in om maatschappijkritische teksten te combineren met verslavende pop melodieën. Met nummers als ‘Get Up’, ‘Just Another Bullet’ en de zwijmelende ballade ‘Am I Not Your Boy’ is de band zelfs radiovriendelijk te noemen.

Wat dat betreft ligt DEAD in het directe verlengde van de twee mixtapes/mini albums die voor afgingen aan het debuut (Tape One en Tape Two). Daar volgde de ene pakkende beat op een andere meeslepende melodie en werd voortdurend op het scherpst van de snede tussen pop en experiment gewerkt. Daarmee ook niet verbazend dat de Schotten bij het Amerikaanse label Anticon hun onderkomen hebben gevonden, hét hiphop label dat zich de afgelopen 15-16 jaar heeft gespecialiseerd in leftfield experimentele hiphop met onder andere Serengeti, Son Lux en Why?. Hiphop die net als Young Fathers grenzen met indiepop, pop en andere genres opzoekt en overgaat.

Niet onbelangrijk daarbij zijn de West-Afrikaanse wortels. Iets waar in ‘No Way’ zelf duidelijk naar wordt verwezen. Niet alleen de mish-mash van Afrikaanse ritmes, harmonium en elektronische doedelzak, maar ook in woord. Wanneer er wordt gezongen “Feeling Presbyterian, but inside I’m still Nigerian“, weet je dat die twee elkaar in Young Fathers nooit zullen loslaten. En dat is maar goed ook, daar de twee een totaal eigen dynamiek en harmonie vormen. Eentje waar je enkel aan verslingerd kunt geraken en onderwijl ook nog iets van kunt leren, als je de tijd neemt om in de muzikaal wat verstopte teksten te duiken. Maatschappij analyse in de lijn van Gil Scott-Heron, zonder het opdringerige van de latere politieke activisten hiphop maar vooral zonder de opgeblazen blaaskaak it is all about the bitches and the mo’ney douches die de top 40 veelal bevolken.

Tape Two, de tweede ep van Young Fathers, was het afgelopen jaar de mooiste, meest verrassende plaat die ik heb gehoord. De enige reden waarom het 24 minuten durende werk boven aan mijn eindjaarlijst stond. Grote kans dat Young Fathers dit jaar weer in die lijst eindigt. DEAD gaat in ieder geval mee voor “the long list“.

1 maart 2014 staat Young Fathers in 013. En ja, daar wil je bij zijn. Echt waar!

1 reactie

Opgeslagen onder CD recensies, De Jaap, Konkurrent

Culted – Oblique To All Paths

Kil, het diepste punt in het holst van de nacht, een dystopisch landschap, Blade Runner lijkt er het paradijs bij, Culted. Dit is de hel op aarde. Misantropisch, nihilistisch, het is de wereld waaruit Oblique To All Paths omhoog komt gegalmd. Doom metal, met de nadruk op verdommenis, hoop wat vakkundig met elke trage repetitieve gitaar de keel afgeknepen of zelfs de nek omgedraaid.

Oblique To All Paths is de tweede langspeler van de Zweeds/Canadese samenwerking die bestaat bij de gratie van het internet. Sterker, de Zweedse zanger Daniel Jansson heeft nog nooit met de drie Canadese muzikanten in studio of repetitieruimte gestaan. De drie Of Human Bondage spelen hun bijdrage in in Canada, waarna de Zweed er in zijn eigen studio mee aan het werk gaat, zang en extra lagen ambient toevoegt.

Het resultaat doet mij (en laat ik eerlijk zijn, ik ben verre van een metal expert) denken aan de donkerste platen van My Dying Bride, de vroege Anathema (Pentecost III) en de immense koude van Winter aangevuld met extra lagen noise en drones om het geheel een extra donkere rouwrand te geven. Sunn O))) is de naam die daar bij opborrelt. Maar belangrijker dan deze hele verzameling aan referenties is wat de plaat met de luisteraar doet.

Het licht gaat uit. Letterlijk. Het licht gaat uit en alle hoop wordt uit de vezels van het lichaam gezogen. ‘Brooding Hex’, waar de plaat mee opent, trekt de duisternis de kamer in om pas een ruim uur later weer licht toe te laten wanneer Oblique To All Paths met de laatste minuut van ‘Jeremaid’ langzaam wegzakt in het duister waar het even langzaam uit was komen opzetten. De tussen liggende tijd sleept de band je door een ontheemde dystopie, verschijnen beelden van rokende en na smeulende destructie voor de ogen en lijkt de verlossing veraf. Een heerlijk stuk vervreemdende ellende.

1 reactie

Opgeslagen onder CD recensies, De Jaap

Warpaint – Warpaint

Eerst maar een bekentenis. The Fool, het debuut van Warpaint uit 2010, heb ik lang links laten liggen. Teveel en te vaak werd in recensies, artikelen en interviews de nadruk gelegd op “all female”, een oud drumster die nu in Hollywood acteert of de kortstondige relatie van de zangeres/gitarist met John Frusciante – voormalig drugsgebruiker en gitarist in Red Hot Chili Peppers – dat ik ging geloven dat de band deze “unique selling points” nodig had om te verkopen.

Ik liet niet mijn oren spreken, maar liet mij leiden door wie, wat en hoe er over geschreven werd. Niet terecht, zo kwam ik tot de conclusie toen ik mij eindelijk wel over het kwartet uit LA boog. Psychedelische indierock met invloeden uit de postrock en new wave die uitmonden in een een fijn dansbare variant op droom pop. Niet zo groots en bijzonder als sommige media deden geloven, maar ook niet zomaar een band om te negeren juist vanwege de hetze er om heen.

Warpaint, de opvolger die drie jaar op zich heeft laten wachten, bewijst dat maar eens temeer. Een album dat bovenal lof verdient omdat de dames niet simpel het pad van de voorganger hebben, noch proberen met makkelijke formules de belofte van succes te incasseren. Het viertal durft te experimenteren, zij het dat niet alle experimenten even goed uitvallen. Zo mag je je afvragen wat Warpaint wil bereiken met de ronduit valse zang in (onder andere het refrein van) Love Is To Die. Aangezien de langspeler niet over een nacht ijs is ontstaan (bijna een jaar is hier aan gewerkt), is het moeilijk anders te geloven dan dat dit een bewuste keuze is geweest. Een vreemde, omdat de swingende postrock die hier en daar aan de latere Trans Am doet denken erg door de zang wordt gedragen.

Toch is daarmee het experiment niet geheel mislukt. Daar waar de zang bij tijd en wijlen slordig is te noemen, zijn de arrangementen juist heel subtiel en genuanceerd uitgewerkt. Kleine wijzigingen, details, verschuivingen in elektronica, bas, ritme of gitaren zorgen voor een continuïteit in verandering. Veel nummers meanderen door en door en door, maar dankzij de minimale golvingen in de stroom blijft de mantra boeiend. ‘CC’, ‘Drive’ het zijn enkele voorbeelden van de meditatieve kracht van Warpaint op Warpaint. Een plaat die vooral toont dat het viertal eigenzinnig de eigen weg over gaat, maar vooralsnog niet de grote belofte lijkt in te lossen. Het zijn vooral interessante ideeën, waar de druk op de ketel de uitwerking niet geheel heeft laten afronden.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder BKS, CD recensies, De Jaap, Konkurrent

Damien Jurado – Brothers And Sisters Of The Eternal Son

Damien Jurado

Van sommige artiesten of nummers weet je nog precies waar je deze voor het eerst hebt gehoord. Zonder moeite haal je de situatie weer voor ogen. Intoxicated Hands van Damien Jurado is zo’n nummer. Een zondagavond in 2003, de laatste wintermaanden of de eerste lentemaand, bindt me daar niet op vast, zat ik samen met mijn vriendin op ons nog vrij nieuwe en schaars verlichte appartement Duyster op Studio Brussels te luisteren. Tergend trage folk van een singersongwriter die weet hoe je een verhaal in schetsen vertelt om juist een gedetailleerd beeld te creëren. Dronkenmansblues en hartenleed in een, met nog een hint van de eeuwig teleurstelling van de onenightstand in de achtergrond.

Now come tomorrow morning
How will you explain?

Het zal uiterlijk de volgende ochtend zijn geweest dat ik Jonathan van Secretly Canadian een email stuurde of hij bij mijn pre-order van Magnolia Electric Co., het laatste album van Songs: Ohia, ook Where Shall You Take Me?, het album waar dat nummer op staat, kon voegen. Een keuze die er uiteindelijk toe leidde dat ik sinds 2003 elke plaat van Damien Jurado ongehoord voorbestel en meermalen de ingetogen heb zien optreden. Optredens die sinds Saint Bartlett uit 2010, maar vooral vanaf Maraqopa twee jaar terug, gestaag steeds drukker worden. Jurado heeft de tijdsgeest in eens mee. Samen met producer en multi-muzikant is hij in 2009 een nieuwe weg ingeslagen, eentje weg van de traditionele singersongwriter meer richting de psychedelica, vollere productie en het grotere gebaar van de rock. Maar dat altijd met behoud van de subtiliteit en uiteraard de scherpe beschrijvende teksten van Jurado. In serieuze aanpak met een duidelijke visie, iets wat volgens Jurado zelf in de jaren daarvoor ontbrak. Muziek was iets wat hij er naast deed, vertelde hij mij in een interview in 2012. Een gesprek waarin hij ook vertelde dat hij in de jaren voor Saint Bartlett ook nauwelijks betrokken was bij het verdere opname proces en soms zelfs gewoon lag te slapen als de verdere muziek werd ingespeeld. Hoe het ook zij, sinds dat album is de liederensmid 100% in gaan zetten op zijn muzikale carriere, en heeft zijn baan als lagere school docent opgezegd. Niet zonder succes, en met het vooruitzicht dat 2014 wel eens zijn grote jaar zou kunnen worden.

Was it that whiskey talking/or is it your heart/that made you say I love you to me/as you held me in your arms

Brothers And Sisters Of The Eternal Son, het derde album dat hij samen met Richard Swift op heeft genomen, zou namelijk weleens zijn grote doorbraak naar het brede publiek kunnen betekenen. Net als Maraqopa een concept album keert Damien Jurado op zijn elfde album terug naar het utopische dorp van de voorganger. Draaide het daar nog om een door zijn faam opgejaagde artiest die toen hij zijn succes probeerde te ontvluchten in het dorpje terecht kwam (in het gesprek dat ik met hem had verwees Jurado naar Jeff Buckley en Jason Molina, artiesten die in eens van de aardbodem leken te zijn gevallen), nu richt hij zich op het dorp zelf. Althans, zo wil het verhaal dat met de plaat meereist en wij “de pers” dus braaf over pennen. Het zal echter niet gelogen zijn, daar Jurado twee jaar terug al aangaf bezig te zijn aan een opvolger over zijn eigen droomdorp.

Het is echter niet het thema dat de plaat maakt. Dat is het vermogen van Damien Jurado om bijna twintig jaar in zijn carrière conventies en verwachting los te laten en al experimenterend met Swift gewoon de plaat te maken die hij wil maken. Een singersongwriter die geenszins de noodzaak voelt om te klinken als een singersongwriter, betreedt hij hier nog meer de velden van retro en psychedelische rock. Interessant genoeg gaat hij hier niet alleen door op de muzikale weg die hij op de twee voorgangers is ingeslagen, maar valt hij ook terug op zijn eigen geluid uit begin jaren 2000, waar hij – onder invloed van zijn vriend David Bazan – experimenterende was in zijn indie alternative country folk geluid. En juist hierdoor stijgt nummer elf boven de tien voorgangers uit, het beste van beide werelden combinerend om zo een geheel nieuwe wereld te creëren.

Maar welke wereld Jurado ook creëert, indiefolk, lofi, slowcore, retropsychpop of een combinatie van dit alles, hij wordt bewoond door prachtige liederen. Want dat blijft in alles toch de kracht van Jurado. Is het alleen met gitaar of piano of omringt door een volle concertbak gevuld met super multi-instrumentalist Richard Swift, de kracht zit in het skelet niet in de spieren en het vet er om heen. Een meesterwerk, weliswaar zonder een Intoxicated Hands. Dat is echter meer mijn gebrek. Die eerste keer was namelijk zo indrukwekkend. The first cut is the deepest zong Cat Stevens al eens. En het mes ging diep die zondagavond, samen met mijn vriendin aan de Belgische radio gekluisterd. Echt, het zal uiterlijk de volgende ochtend zijn geweest dat ik Jonathan een email stuurde, “Doe mij die Damien Jurado óók!!!”. Hij had me vast en heeft mij nooit meer losgelaten. Ook weer nu niet, ongeacht welk nieuw pad hij ook is ingeslagen.

1 reactie

Opgeslagen onder BKS, CD recensies, De Jaap, Konkurrent

Jessy Lanza – Pull My Hair Back

Toen ik gisteren na lang duwen en trekken met mijn verhaal rond Chance Of Rain van Laurel Halo eindelijk weer eens een verhaal rondom een album had weten af te ronden, besloot ik maar direct in een andere Hyperdub-release te duiken. Met de herfst, de korte dagen en het vroege donker sta ik meestal vrij open voor de experimentele elektronische muziek waar dit label bekend om staat. Opgericht door Kode9 (Steve Goodman) ligt het Britse label met vroege releases van onder andere Burial, Kode9 en The Bug aan de wortels van dubstep en het (relatieve) succes van artiesten als Zomby, Flying Lotus of eerder genoemde Burial.

 LEES HIER VERDER

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder CD recensies, De Jaap, Konkurrent